Een nieuw fiscaal landschap voor Belgische beleggers
België heeft een nieuwe meerwaardebelasting op financiële activa ingevoerd, goedgekeurd begin april 2026 en van kracht sinds 1 januari 2026. Deze evolutie betekent een belangrijke ontwikkeling voor vermogende Belgische beleggers en hun adviseurs, en roept nieuwe vragen op rond vermogensstructurering, fiscale efficiëntie en langetermijnplanning.
Hoewel het bredere Belgische fiscale kader behouden blijft, verhoogt de invoering van een meerwaardebelasting van 10% de complexiteit, met name voor portefeuilles die rechtstreeks via effectenrekeningen worden aangehouden. Door deze nieuwe belasting toe te voegen aan de bestaande fiscaliteit, moeten beleggers nu rekening houden met een bijkomend belastingsaspect, naast onder meer roerende voorheffing, taks op beursverrichtingen (TOB) en de jaarlijkse taks op effectenrekeningen (JTER), die van toepassing is op portefeuilles boven €1.000.000 en vanaf 2026 verdubbeld naar 0,30%.
Waarom levensverzekeringsstructuren in de belangstelling staan
Levensverzekeringsoplossingen, en in het bijzonder tak 23 (multi-support) contracten, worden al lange tijd gebruikt door lange termijn-beleggers, Belgische residenten. De invoering van de meerwaardebelasting versterkt hun relevantie verder.
Voor discretionair beheerde portefeuilles bieden deze structuren een alternatief fiscaal kader dat fundamenteel verschilt van directe beleggingen. De aantrekkelijkheid ligt in een eenvoudiger en flexibeler belastingmechanisme: een eenmalige premietaks bij instap, gevolgd door uitgestelde belastingheffing. Tijdens de looptijd is de onderliggende portefeuille in principe vrijgesteld van Belgische belastingen (behoudens enkele uitzonderingen), en worden meerwaarden enkel belast bij afkoop. Dit ondersteunt een efficiënter portefeuillebeheer op lange termijn.
Controle over fiscaliteit en vereenvoudigde administratie
De mogelijkheid om belastingheffing uit te stellen tot het moment van afkoop creëert planningsmogelijkheden. Verzekeringsnemers kunnen bepalen wanneer meerwaarden worden gerealiseerd, wat toelaat om fiscale resultaten beter af te stemmen op bredere financiële doelstellingen.
De structuur biedt ook operationele voordelen. Belastingen worden toegepast op het niveau van het contract en niet op elke transactie binnen de portefeuille, wat de administratieve lasten verlaagt en de rapportering vereenvoudigt. Daarnaast worden kosten binnen de portefeuille verrekend, wat de belastbare basis voor de meerwaardebelasting kan verminderen.
Bovendien kunnen winsten en verliezen binnen de onderliggende portefeuille in de tijd worden verwerkt en tegen elkaar worden afgezet, ook over verschillende kalenderjaren heen. Dit is niet mogelijk bij rechtstreeks aangehouden portefeuilles, waar verliezen niet kunnen worden overgedragen.
Overwegingen inzake successieplanning
De invoering van de meerwaardebelasting zorgt ook voor bijkomende complexiteit binnen bestaande vermogensplanningsstructuren. Levensverzekering blijft een belangrijk instrument voor successieplanning en moet bekeken worden in samenhang met andere structuren.
Belangrijk is dat levensverzekeringscontracten bijkomende planningsmogelijkheden bieden. Bij overlijden van de verzekeringsnemer of de laatste verzekerde kan de meerwaarde gerealiseerd binnen het contract en die wordt uitgekeerd, fiscaal worden aangezuiverd. Dit creëert een zogenaamde “step-up” in het kader van de meerwaardebelasting en voorkomt dat latere belasting verschuldigd is op meerwaarden die tijdens het leven van de overleden verzekeringsnemer zijn opgebouwd.
In een omgeving waarin de fiscaliteit van beleggingen complexer en zichtbaarder wordt, bevestigen deze eigenschappen de rol van levensverzekering binnen vermogensstructurering voor Belgische cliënten.