Gecontroleerde overdracht na overlijden is een veelvoorkomende vereiste in successieplanning voor inwoners van België en Luxemburg. Hoewel velen kiezen voor complexe en dure structuren, zien ze vaak de effectieve en eenvoudige instrumenten over het hoofd die beschikbaar zijn onder de lokale verzekeringswetgeving. Met name de post-mortemovereenkomst – die de overdracht van rechten onder een levensverzekeringscontract na het overlijden van de verzekeringnemer mogelijk maakt – en de (onherroepelijke) begunstigingsclausule bieden heel goede opties voor een efficiënte successieplanning.
In dit artikel legt Nicolaas Vancrombrugge, Senior Wealth Planner – België en Luxemburg, uit hoe een op verzekeringen gebaseerde vermogensoplossing kan worden gebruikt om strategieën voor gecontroleerde overdracht uit te werken, als een eenvoudiger en kostenefficiënter alternatief voor klassieke structuren.
Waarom schenkingen niet altijd de oplossing zijn
Successieplanning door middel van schenkingen tijdens het leven is een gevestigde praktijk in België en Luxemburg. Schenkers verbinden vaak voorwaarden aan schenkingen om een zekere mate van controle te behouden en te voorkomen dat begunstigden misbruik maken van de tegoeden. Veel vermogende particulieren (HNWIs) kiezen er echter voor om tijdens hun leven geen schenkingen te doen, misschien omdat hun erfgenamen te jong zijn of als financieel onverantwoordelijk worden beschouwd.
Argumenten voor controle na overlijden
Dit roept de vraag op: kan hetzelfde niveau van controle na overlijden worden opgezet? Om dit te bereiken, maken particulieren vaak gebruik van complexe structuren zoals een burgerlijke maatschap, een vennootschap of een stichting. De Belgische en Luxemburgse verzekeringswetgeving biedt echter minder bekende maar zeer effectieve alternatieven door middel van levensverzekeringscontracten, die op eenvoudigere wijze tot vergelijkbare resultaten kunnen leiden.
Overdracht van rechten na overlijden
In beide rechtsgebieden hebben verzekeringnemers belangrijke rechten binnen levensverzekeringscontracten. Deze omvatten onder meer de mogelijkheid om het beleggingsprofiel te bepalen of te wijzigen, de polis af te kopen en begunstigden aan te wijzen. Belangrijk is dat deze rechten kunnen worden overgedragen aan een derde partij, niet alleen tijdens het leven van de verzekeringnemer, maar ook na zijn of haar overlijden.
Om overdrachten na overlijden mogelijk te maken, moet de levensverzekeringsovereenkomst na het overlijden van de verzekeringnemer van kracht blijven. Hiervoor moet ten minste één extra verzekerde worden aangewezen. In dergelijke gevallen vallen de rechten van de verzekeringnemer niet in de nalatenschap, maar worden ze overgedragen volgens een post-mortem-bijlage – een contractueel addendum waarin de ontvanger van deze rechten wordt aangeduid. Deze bijlage treedt pas in werking bij overlijden en kan vooraf op elk moment worden gewijzigd.
Een post-mortemclausule ontwerpen voor controle
Hoewel de post-mortem-bijlage vaak als een eenvoudige overdracht wordt opgesteld, kan deze worden aangepast tot een krachtig instrument voor successieplanning dat zeer interessante mogelijkheden biedt voor gecontroleerde overdracht.
Zo kan bijvoorbeeld worden bepaald dat bepaalde rechten uit hoofde van de overeenkomst tijdelijk worden overgedragen aan een vertrouwenspersoon. Deze persoon, die door de verzekeringnemer wordt aangewezen, houdt toezicht op de verdeling van de uitkeringen uit hoofde van de overeenkomst onder de uiteindelijke begunstigden, in overeenstemming met de wensen van de verzekeringnemer.
Om successierechten voor de vertrouwde persoon te vermijden, is het essentieel dat de overgedragen rechten geen economische aanspraken omvatten – zoals het recht om de polis af te kopen – maar beperkt blijven tot toezichthoudende functies.